Historie

De historie van de 100-jarige voetbalsport in Houthem wordt in een boek beschreven vanaf de in 1909 opgerichte Houthemse Bal Club (H.B.C.) tot de R.K.V.V. IASON vanaf 1918. Daarna krijgt het fluctuerende bestaan van het Houthemse voetbal pas na de Tweede Wereldoorlog meer stabiliteit. Vanaf 1944 is de VV IASON dan ook zonder onderbreking tot 2009 blijven bestaan.
Alle wetenswaardigheden rondom het 100-jarige bestaan van de Houthemse voetbalsport, de ligging van de sportvelden, de hoogte- en dieptepunten van de senioren- en junioren-elftallen en allerlei andere historische wetenswaardigheden zijn middels dit herdenkingsboekwerk (met veel foto’s) gepubliceerd.

100 jaar voetbalhistorie in Houthem-Sint Gerlach 1909-2009
is geschreven door Charles en John Odekerken, telt 128 pagina’s en is uitgegeven door v.v. IASON i.s.m. onze heemkundevereniging.

hist01

De verkoopprijs bedraagt € 12,50 (excl. verzendkosten). U kunt het boek bestellen door een email te sturen naar het IASON-secretariaat.

Voorproefje:

In het begin van de 20e eeuw werd in het rustige kerkdorp Houthem St.Gerlach, bestaande uit voornamelijk landbouwers en mijnwerkers, het voetbal geïntroduceerd door jongeren die terugkeerden van de militaire dienstplicht. In 1909 brachten de toen nog jeugdige Alfons H. Kockelmans als voorzitter (18 jaar oud) en Eddy Franquinet met broers en vrienden de bal aan het rollen. E. Franquinet woonde toen op het landgoed van zijn vader (thans huize Vroenhof).

hist02

 

Dat het in het begin vrij primitief toeging is te begrijpen als men weet dat er geen voetbalspullen voorhanden waren en de jonge mannelijke bevolking van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds moest werken en zodoende weinig tijd overbleef om te voetballen. Uit de overlevering is ons echter bekend dat als er even tijd voor was, de klompen uitgingen en op de sokken achter het bruine monster werd aangehold. Het spel werd dan gespeeld zoals in het grijze verleden met een zelfgemaakte bal van een stuk huid gevuld met gedroogd gras of lompen.
De heer E. Franquinet had inmiddels voor echte ballen gezorgd en de heer Borghans stelde een terrein beschikbaar. Het voetbal spel werd beleefd als een welkome afleiding voor de bedroevende crisis- jaren en de oorlogsdreiging. Toen een en ander vaste vorm begon te krijgen in 1913, moest er natuurlijk ook een clubnaam komen, hetgeen heel wat voeten in de aarde heeft gehad. Tijdens een ledenvergadering onder leiding van voorzitter Alfons Kockelmans en bestuursleden Eddy Franquinet en Jos Kockelmans werd de naam H.B.C. “Houthemse Bal Club” uitgebracht. Zij hadden liever H.V.C. gekozen maar dit kon niet omdat in Heerlen reeds een club bestond met deze naam.

hist03

H.B.C. speelde alleen maar vriendschappelijke wedstrijden. De spelregels waren toen ook enigszins anders dan nu. Stond een speler bijvoorbeeld buitenspel, dan betekende dit een strafschop tegen zijn club. Later werd dit gewijzigd in die zin dat een club welke drie hoekschoppen wist te forceren, bi jde derde hoekschop een strafschop kreeg toegewezen. Inmiddels hadden 3 van de 4 gebroeders Kockelmans hun intrede gedaan in H.B.C. Eén van hen, Laurent, was de administrateur en leraar spelregels van H.B.C. Het is buitengewoon jammer dat er toendertijd niemand gedacht heeft om ook maar één letter op papier te zetten over bepaalse hoogtepunten of dieptepunten. Wij noemden reeds de eerste voorzitter A.H.Kockelmans van H.B.C., later voorzitter en ere-voorzitter van de R.K. Limburgse Voetbalbond. De 2e grote figuur was E.Franquinet, de gewezen president van de rechtbank te Roermond. Hij is ongetwijfeld de drijvende kracht geweest die de Houthemse voetbalsport op toeren heeft gebracht. Na zijn H.B.C. tijd is hij van het voetbaltoneel verdwenen i.v.m. studie. Later in 1926/1927 is hij nog voorzitter geweest van S.V. Kimbria en tevens voorzitter van de RKLVB afdeling Maastricht. Ondertussen was H.B.C. geen lang leven beschoren. In 1913 werd nog een fusie aangegeaan met Juliana uit Meerssen, doch ook dit had niet het gewenste resultaat. Van 1914 tot 1916 was de voetbalsport in Houthem rustend, wellicht ook ten gevolge van de inmiddels uitgebroken 1e wereldoorlog. Maar medio 1916 begon er weer leven in te komen. De promoters waren de gebroeders Kockelmans, Alfons, Jos en Laurent, en de jongste, Harrie.

hist04

Op voorstel van Alfons Kockelmans en John Lint, resp. voorzitter en penningmeester van de KNVB afdeling Limburg RKLVB, werd in navolging van de namen Sparta, Ajax en Heracles de huidige naam IASON gekozen. Uit de Griekse mythologie is bekend dat de held IASON de zoon was van koning AÏSON. Deze koning was van de troon gestoten door Pelias, zijn sluwe broer. IASON eiste het recht op de troon op, maar pelias wilde zich niet laten verdringen.
Om het koningschap voor zichzelf te kunnen houden gebruikte hij een list. IASON zou slechts dan koning kunnen worden, als hij de ontvreemde vacht van een gouden ram (Gulden Vlies) vanuit de plaats Colchis terugbracht naar zijn land. Pelias was ervan overtuigd dat IASON van zo’n gevaarlijke reis niet zou terugkeren. IASON, die niet wist welke gevaren hem te wachten stonden, stemde toe en liet het schip ARGO bouwen. Hij verzamelde vijftig Griekse helden, de ARGONAUTEN, die bereid waren hem op zijn tocht naar Colchis te vergezellen. In aanhoudende strijd hebben zij overwonnen en de vader van IASON, koning AÏSO, uit gevangenschap bevrijd. Latijnse bronnen spreken van een terugkeer naar Colchism, waar IASON koning Aeëtes zou zijn opgevolgd en een groot rijk zou hebben gesticht. Uit het bovenstaande verhaals is de naam IASON,”In Aanhoudende Strijd Overwinning Nastrevend” afkomstig.

hist05

De heer Harrie Kockelmans was in de eerste jaren na 1916 secretaris van IASON. Van 1916-1918 nam IASON met 2 elftallen aan de competitie deel en van 1918-1921 met 3 elftallen. Maar behalve voor deze wedstrijden bestond een grote belangstelling voor seriewedstrijden. In de regel werd hieraan steeds door dezelfde clubs deelgenomen namelijk: Berg, Amby, RKUVC, Marsana en IASON. Een dergelijke serie – wedstrijd werd toendertijd beschouwd als het sportgebeuren van het jaar. De meeste wedstrijden eindigden in gelijkspel waarna dan tot 4 maal toe strafschoppen genomen werden, wat de spanning nog eens verhoogde. Het gebeurde in 1919 dat IASON in Meerssen in de finale moest aantreden tegen Berg. Bekende spelers van Berg waren toendertijd: gebroeders Essers, Cornips en gebroeders Duyzings.
Bij IASON waren de bekende figuren: L.Kockelmans, gebroeders Duykers, Fr.Knops en de gebroeders Reintjens. De uitslag van deze historische finale was 0-0. Na het nemen van strafschoppen werd he 3-2 voor IASON. Deze overwinning werd laaiend enthousiast gevierd. In 1920 was er al een bijzonder goed elftal met onder andere Jan en Jos Reintjens, Harrie en Pie Duykers, Laurent Kockelmans,
Adolf Essers, Math Soons, Pierre Notten, Sjeuf Lemmens, Pie Schrooten en Reinier Spronck. Deze laatste ging op een gegeven moment weg bij IASON om bij FC Valkenburg te gaan voetballen. Hij had in Houthem de bijnaam “Ardebal”, waarvan wij de betekenis niet hebben kunnen vinden. De Houthemers betreurden zijn heengaan ten zeerste en maakten er zelfs een liedje op:

O Ardebal, O Ardebal
Waarom ging jij naar FCV
Gij waart de steun van IASON 1
En denkt gij dan niet meer aan die mooie tijd voorheen

hist06

Vele malen klonk dit treurlied luidkeels gezongen aan de tapkast. Het is te begrijpen dat Spronck dit te erg werd en spoedig verdedigde hij dan ook weer de IASON-kleuren. Na 1922 begonnen voor IASON zeer donkere jaren waarbij financiële zorgen de ondergang versnelden. De genadeslag kreeg de vereniging toen de bondsafrekening kwam ten bedrage van enkele honderden guldens. Per lid omgeslagen kwam dit neer op 4,50 gulden. Om elders te kunnen gaan voetballen moest een lid eerst
dit bedrag voldoen. Een bedrag van 4,50 gulden stond in die tijd echter gelijk met een weekloon en voor vele betekende dit dan ook het einde van hun voetbalcarriërre. Slechts enkele bleven nog voetballen in Marsana-Meerssen, Berg, Valkenburg en Hulsberg. Van 1922 tot 1931 gebeurde er op voetbal gebied niets in Houthem. Door deze lange rustperiode was het zeer moeilijk om de boel weer op gang te krijgen. Onder voorzitterschap van Wim Paternotte met een elftal oudgedienden begon
men in 1931 de voetbal nieuw leven in te blazen. In augustus 1931 met voorzitter Mathieu van Caldenborgh en de bestuursleden Jan Stassen, Jan Peternotte en Emiel Curfs wordt het team van oud gedienden drastisch verjongd en probeert men de vereniging opnieuw te laten herleven.

In 1933 vond dan ook de heroprichting plaats onder voorzitter Emiel Arbeel met de bestuursleden Hubert Schrooders, Lei Beckers, Sjeng Stassen en Giel Frijns. Enkele spelers speelden nog elders; zij wilden eerst de kat uit de boom kijken. 1936 bracht weer moeilijkheden en weer was geld hiervan de voornaamste oorzaak. Verwonderlijk was dit niet als we bedenken dat wij toen midden in de crisis- jaren zaten en niemand een gulden kon missen voor de voetbalsport. In Meerssen ging M.S.V. ter ziele en IASON nam al haar materiaal over. Door de blijvende financiële zorgen werd in 1937 ook voor IASON de ondergang een feit. In 1938 was het Jan Frissen die het als voorzitter tesamen met Mathieu Frissen en de gebroeders Leo, Louis en Wim Habets en anderen nogmaals probeerden. Ondanks alle goede bedoelingen konden ook zij het maar amper 2 jaar volhouden. Door het uitbreken van de 2e wereldoorlog verdween de voetbalsport andermaal uit Houthem en het zou ditmaal duren tot 1944.

hist07

Op 2 juni 1944 werd de VV IASON heropgericht. De grote animators waren onder andere de Zeer-eerwaarde heer Kapelaan van Amstel die als geestelijk adviseur de jeugd aanspoorde om de voetbalsport te beoefenen. Door het oorlogsgeweld beu van het woord “strijd” in de oorspronkelijke betekenis, wordt bij de heroprichting bepaald dat de naam IASON zal staan voor “In Aangename Samenwerking Overwinningen Nastrevend”. Aan de competitie werd deelgenomen door 2 senioren- en 1 jeugdelftal. De prestaties waren bevredigend, allen behaalden een middelmatige plaats op de ranglijst. Door training onder eigen leiding worden de prestaties elk jaar beter. Inmiddels is Jos Heynens de nieuwe voorzitter. Onder zijn leiding gaat het steeds beter en vooral het eerste elftal draait vrijwel ononderbroken mee in de top en behaalt in de competitie 1948-1949 het kampioen- schap in de 2e klasse afdeling Limburg en promoveert via promotiewedstrijden tegen RKUVC en Steenburgse Boys naar de 1e klasse afdeling Limburg.

hist08

Geïnspireerd door zijn grotere broers wordt IASON 2 in het seizoen 1950-1951 kampioen van de 3e klassen en promoveert naar de 2e klasse afdeling Limburg. Onder leiding van Paul den Hoed behaald IASON 1 in 1951-1952 het ongeslagen kampioenschap in de 1e klasse, doch komt in de promotie- wedstrijd tegen RKVCL een punt tekort om te promoveren naar de 4e klasse afdeling KNVB.

In 1954-1955 wordt onder leiding van trainer Henk Sluyten IASON 1 andermaal kampioen van de 1e klasse afdeling Limburg, doch slaagt er weer niet in de promotiewedstrijden tegen Margraten en Kakertse Boys succesvol af te sluiten. In verband met het behalen van dit kampioenschap recipieerde de voetbalvereniging IASON. In 1956-1957 wordt IASON 1, onder leiding van trainer Alex Suylen voor de derde keer kampioen van de 1e klasse afdeling Limburg en promoveert automatisch naar de 4e klasse van de KNVB. In 1960-1961 gaat het 4e klasserschap verloren. Het verloren gegane terrein wordt in seizoen 1962-1963 teruggewonnen onder leiding van trainer Gerrit Otten. Met wisselend succes verblijft het team tot 1966-1967 in de 4e klasse degradeert, na een spannende beslissings-wedstrijd tegen Grachter Boys naar de 1e klasse afdeling Limburg. Dan volgen een aantal jaren van ups en downs voor de club.

Sportief gezien is het vanaf het 40-jarige jubileum in 1984 nog steeds vallen en opstaan. Onder leiding van trainer Jo Vrösch behaalt het 1e elftal in het seizoen 1988-1989 het kampioenschap in de 1e klasse afdeling Limburg met promotie naar de 4e klasse KNVB. In deze topjaren nemen 6 senioren teams deel aan de competitie en groeit het ledenaantal naar 210. Ook de jeugdafdeling vertoonde een stijgende lijn tot 61 leden onder leiding van 10 jeugdteams.Na deze vette jaren volgde in 1992-1993 magere jaren. Door spelers- en trainersverloop konden de drie hoogste teams zich niet handhaven in de hogere klassen en degradeerden allen naar een lagere klasse. Ook het aantal senioren elftallen daalde van 6 naar 4. Deze terugslag werd echter veerkrachtig opgevangen. Met veel moeite en doorzettingsvermogen heeft er een geleidelijke reorganisatie plaatsgevonden
met bevredigende resultaten.

Tekst afkomstig uit het 50-jarige jubileums boekje